De Café Site

Café Kuijper in Amsterdam was tot een paar jaar geleden nog een bruin buurtcafé als zovelen. ’t Span stond er in witte letters op de ramen. De nieuwe eigenaren gooiden de Perzische kleedjes van tafel, haalden de vitrage weg en – nog belangrijker – installeerden negen taps en schenken er nog eens tientallen uit de fles. Kuijper is een schoolvoorbeeld van de nieuwe generatie biercafés die momenteel de Nederlandse biercultuur laat bruisen. Open, licht, en laagdrempelig.

Dat het goed gaat met de biercultuur bewijzen niet alleen de statistieken en het jaar na jaar stijgende aantal brouwerijen. In de horeca is al langere tijd een kentering gaande. Was een forse bierkaart nog niets eens zo lang geleden voorbehouden aan een select aantal cafés, pak er tegenwoordig eentje van tafel in een willekeurige kroeg en merk het verschil. Ook cafés die jarenlang overwegend pils verkochten hebben nu vaak minstens vier tapbieren en zeker tien varianten uit de fles. Kortom, het is hard gegaan met de bierontwikkeling in de Nederlandse caféwereld.
Als in 1986 de Alliantie van Biertapperijen (ABT) wordt opgericht gebeurt dat met 35 leden. Hoewel niet iedere speciaalbiercafé van dat moment bij de club is aangesloten, is het aantal biercafés in Nederland op dat moment niet heel veel groter. Dat is anno 2014 wel anders. De ABT telt het solide aantal van 41 leden, maar verspreid over het hele land zijn er inmiddels honderden cafés die zich met recht ‘biercafé mogen noemen. Het gaat dan om bedrijven die meerdere bieren van de tap verkopen, aangevuld met een kaart vol flessenbieren. Soms met louter de klassiekers als Duvel , Westmalle en Palm, steeds vaker aangevuld met een paar originele streekbieren.

Verdubbeling
Omdat nog niet heel Nederland gewend is aan al die variëteiten verschilt de omvang van de bierkaart nog wel sterk per café. En per regio. De op alfabet ingedeelde bierkaart van Café België in een studentenstad als Utrecht – bevat tussen Achel Blond en Zeezuiper – liefst 173 andere bieren. En dan zijn er nog eens twintig taps. Een bedrijf als De Beurs in het Drentse Meppel beschikt over tien taps en twintig flessenbieren. Dat mag dan bescheiden lijken, het is wel een verdubbeling ten opzichte van een paar jaar geleden. Ook buiten de randstad is de biercultuur duidelijk bloeiend. Een voorzichtige inventarisatie levert al snel zeker 250 (eet)cafés op die zich biercafé mogen noemen.
Toch bevindt de grootste concentratie van biercafés zich nog steeds in de grote en middelgrote steden. Met Amsterdam als onbetwiste koploper. Met gemak zijn hier zeker dertig (eet)cafés aan te wijzen waar zelfs de meest kritische en verwende bierliefhebber zich geen seconde hoeft te vervelen. In deze stad is daarnaast ook goed te zien welke ontwikkeling het biercafé momenteel doormaakt. Naast de traditionele bruine biercafés van het eerste uur als In de Wildeman en Gollem, zijn daar het net al genoemde Café Kuijper. Maar ook zaken als De Biertuin of Stadscafé Van Mechelen zijn goede voorbeelden van het moderne biercafé. Vlot en modieus ingericht, met een open karakter en een omvangrijke bierkaart. En wordt er ook eten geserveerd dat staat er bij het gerecht vaak een biersuggestie. Het maakt ze populair bij een brede doelgroep. Ook Rotterdam doet wat dat betreft een flinke duit in het zakje. Naast een klassieker als Locus Publicus staan zaken als Reijngoud en het recent geopende Café Kleyn ook hier voor het biercafé 2.0. En aan deze ontwikkeling lijkt voorlopig nog geen einde te komen.

(Ook verschenen als artikel in de Krant: Week van het Nederlandse Bier)